“Hallo!
Ik ben Nandinzul uit Mongolië. Mijn Japanse naam is Nami-chan. Ik heb ongeveer een jaar in Japan gewoond. Mijn gastgezin, de school en de lokale coördinator waren voor mij het belangrijkst. In mijn gastgezin had ik twee oudere gastzussen en een jongere gastbroer. In mijn familie in Mongolië heb ik ook twee oudere zussen en een jongere broer, dus het voelde meteen normaal en vertrouwd. Mijn gastgezin was vanaf het begin vriendelijk en hartelijk.
Ik sprak in het begin nog niet goed Japans, dus ik sprak niet veel met mijn gastvader en gastbroer. Mijn gastzus Nonchan was druk met haar studie en mijn andere gastzus Kacchan zat op dat moment in Frankrijk. Elke dag kreeg ik veel vragen, zoals 'Hoe was school vandaag?', over de Mongoolse cultuur of andere dingen, want mijn gastmoeder vond het belangrijk dat ik Japans sprak. Zonder dat ik het doorhad, werd mijn Japans iedere dag beter en inmiddels kan ik normaal met mijn familie praten.
Toen mijn gastzus terugkwam uit Frankrijk, konden we samen praten over onze vergelijkbare ervaringen. Dat was zo leuk!
Tussen mij en mijn gastgezin waren er nauwelijks moeilijkheden. Eén keer werd ik wel flink verkouden. Mijn gastmoeder bracht me naar de dokter en haalde medicijnen. Samen met haar heb ik veel gekookt, we zijn vaak uit eten geweest (ik ben dol op vlees), ze heeft me aangekleed in een kimono en nam me mee naar de zee. Zo werden we steeds hechter. Ik ben echt dankbaar voor de tijd samen.
En natuurlijk wil ik niet alleen mijn gastgezin, maar ook hun familie (oma en opa) en de lokale coördinator bedanken. Ik had geluk dat ik zulke aardige en warme mensen heb ontmoet.”
Mijn eerste schooldag vond ik deze High School geweldig. We droegen uniformen en ik vond het bijzonder om het echte leven van een Japans schoolmeisje te ervaren. Vrienden maken was een uitdaging, maar ik heb veel interessante dingen van mijn leraren geleerd, ik ben bij een club gegaan (ik speelde klarinet) en deed mee aan het schoolfestival. Tijdens het festival speelde ik verschillende balsporten en zong ik mee. Ook het Japans dat ik van de schooldirecteur leerde was leuk.
Ik ben blij dat ik naar Japan ben gegaan en iedereen heb leren kennen. Ook ontmoette ik andere uitwisselingsstudenten uit verschillende landen. De twaalf van ons zagen elkaar maar eens in de drie maanden, maar vanaf het begin voelden we ons altijd verbonden en leek het alsof we altijd al vrienden waren. Samen werd ons Japans steeds beter en we hebben er allemaal het beste van gemaakt.
Ik heb veel nieuwe vrienden gemaakt en nu wil ik graag nog meer landen ontdekken. In het begin snapte ik er weinig van, maar ik besefte hoe belangrijk het is om met iedereen elk uur, elke minuut, elke seconde samen te zijn. Dus ben ik mijn best gaan doen om te praten, want ik wil later diplomaat worden.
Dankzij dit jaar heb ik mijn toekomst kunnen openen. Daarom: bedankt, gastgezin en school, voor alles!”
Nandinzul, uit Mongolië